Dankzij Babbelut, een praatcafé voor anderstaligen die hun Nederlands willen oefenen, leer ik mensen kennen met de meest uiteenlopende achtergronden en origines. Babbelut verlegt mijn grenzen. Ik zit met de ganse wereld aan tafel, van Peru tot Kazachstan.

Babbelut staat open voor iedereen, maar toch vind je er betrekkelijk weinig francophones de souche terug. Wel tal van wereldburgers die staan te trappelen om Nederlands te leren. En niet alleen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Op Babbelut tref je Marokkaanse moeders aan die willen begrijpen wat hun kind op de (Nederlandstalige) school leert. Roemenen die van het Nederlandstalige cultuurleven in Brussel willen proeven. Kongolezen die Nederlands leren omdat ze vinden het zo hoort: in een tweetalige stad is het niet meer dan normaal dat je beide talen beheerst. Tot slot vind je bij Babbelut ook een hele groep mensen terug die gewoon op zoek is naar menselijk contact, naar een gesprek, naar iemand die luistert, antwoordt, terugkijkt.

Op een avond zat ik met een Iraniër aan tafel. Hij was gevlucht en in het Nederlandstalige opvangcircuit in Brussel terechtgekomen. Ik vroeg hem in welke taal hij zich het meest uitdrukte in zijn dagelijkse leven. Zijn antwoord was onthutsend. Hij sprak simpelweg niet. Zijn leven is taal- en woordenloos. Hij staart de ganse dag naar zijn plafond, loopt de muren op. Hij heeft leren zwijgen. Af en toe komt hij naar Babbelut. Om zijn stem te smeren. Om te kijken of hij nog bestaat.

Eenzaamheid. Achter hoeveel Brusselse deuren vreet het alleen zijn zich gestaag een weg door het gemoed, het heldere denken, tast het de zin nog verder te leven aan? Hoe snel verlies je je verstand als je niemand meer hebt om te antwoorden op je vragen en alleen je eigen stem om naar te luisteren? Hoeveel Brusselaars beschouwen hun tv als hun trouwste kompaan des levens? Tijdens de hittegolf die in 2004 Frankrijk teisterde, werden sommige bejaarden pas weken na hun dood op hun Parijse zolderkamertje teruggevonden. Hun dood was niemand opgevallen. Niemand had hen gemist. De stank van rottend vlees als laatste teken van leven. Geen gruwelijkere dood dan gewoon vergeten te worden. Zou eenzaamheid in Brussel minder slachtoffers maken?

Verenigingen als Babbelut trekken niet alleen anderstaligen aan, maar ook Vlamingen op zoek naar een gesprek, naar mensen om zich heen. Er wordt vaak lacherig gedaan over het lokale verenigingsleven in Brussel. Enkele oude vrouwtjes die samen koffie drinken. Een met uitsterven bedreigde soort. De meeste Vlaamse verenigingen zien hun ledenaantal langzaam slinken. De gemeenschapscentra kunnen op steeds minder vrijwilligers rekenen. Een grootstad als Brussel heeft nochtans nood aan een bloeiend verenigingsleven, aan een open gemeenschapscentrum waar iedereen terecht kan, dat uitwisselingen stimuleert. Op de schouders van de verenigingen en het gemeenschapscentrum rust de zware taak om zich zelf steeds opnieuw uit te vinden, om nieuwe Brusselaars aan te trekken zonder hun oudgedienden te verliezen. Hun welslagen is van cruciaal belang. Om te vermijden dat mensen in de anonimiteit verzinken, zich verschuilen achter zwaar vergrendelde deuren en simpelweg vergeten worden in een stad van één miljoen inwoners.