anp-32525599

“Het is mijn plan, mijn nieuw plan voor Brussel als hoofdstad, hoofdstad van Europa. Komaan, Brussel! Sta op! Word de hoofdstad van de wereld en moge Parijs in uw ogen niet meer zijn dan een provinciestad.” (Citaat uit ‘Bruxelles capitale, Paris province’ van Antoine Wiertz in 1840).

Deze profetische woorden kan je lezen in de inkomhal van het Wiertzmuseum, slechts enkele stappen verwijderd van het Europees Parlement. Vandaag wordt Brussel inderdaad beschouwd als de hoofdstad van Europa, maar Wiertz zou grote ogen trekken als hij nu in zijn wijk zou rondlopen.

Europa heeft immers een onuitwisbare stempel gedrukt op Brussel. Een ganse woonwijk werd platgewalst. Bewoners verjaagd met koude, hoge kantoortorens. Het beeld dat de modale Brusselaar van zijn Europese medeburger heeft is niet fraai. Een bende eurocraten zonder voeling met de realiteit. Ze verdienen fortuinen. En betalen geen belastingen. Klitten samen in villawijken. Jagen de woonprijzen de hoogte in … Over de Europese ambtenaren doen heel wat clichés de ronde. In vooroordelen zit vaak een grond van waarheid. Tegelijk doen ze de waarheid geweld aan.

De Europese wijk heeft zich als een woekerend gezwel in een dichtbevolkte, centraal gelegen wijk van de stad verspreid omdat België, Brussel en haar vele politici, dit zonder morren toegelaten hebben. Ook de Europese instellingen zelf stelden zich geen vragen bij hun plaats in de stad. Daar komt nu stilaan verandering in, maar de stad is blijvend getekend door enkele decennia van wanbeleid en een totaal gebrek aan stedenbouwkundige visie.

Europese ambtenaren hebben inderdaad de neiging zich in hun eigen clubs op te sluiten en samen te hokken in welbepaalde Brusselse wijken. Ze richten eigen crèches, eigen scholen en binnenkort ook eigen bejaardenhuizen op, waar andere Brusselaars niet welkom zijn.

Dit wekt terecht heel wat wrevel op. Maar de vestiging van de Europese instellingen in Brussel heeft de stad ook heel wat opgebracht. In haar kielzog hebben honderden nevenorganisaties zich in Brussel gevestigd en werden er heel wat nieuwe jobs gecreëerd. Europa is verantwoordelijk voor 10 % van het Brusselse BRP. De stad werd geprikkeld met nieuwe culturele invloeden. Brussel vervangt steeds vaker Europa in de buitenlandse volksmond. Brussel overstijgt België.

Ik werk bij het Verbindingsbureau Brussel-Europa. Een van de taken van het Bureau bestaat erin de integratie van de Europeanen in Brussel te bevorderen. We proberen de Europeanen te stimuleren om uit hun beschermde milieu te treden, om zich in te schrijven in een Brusselse sportclub, hun kinderen naar een Brusselse school te sturen, actief te worden bij een wijkcomité, te stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen … kortweg: om Brusselaar te worden. Omdat ze nu eenmaal deel uit maken van deze stad. Omdat ze er zelf nood aan hebben zich ergens thuis te voelen, wortel te schieten. En omdat Brussel ze nodig heeft.

Brussel is de hoofdstad van België, maar de Belgische politici laten de stad vaak links liggen. Het ontbreekt onze politieke elite dan ook een globale toekomstvisie voor Brussel. Ze concentreren zich vaak op hun lokale thuisbasis en verwaarlozen de positie van de hoofdstad. Daarom heeft Brussel haar Europeanen meer dan nodig: om mee na te denken over de evolutie van deze stad, om haar te voeden met nieuwe ideeën. In de Europeanen schuilt een enorm potentieel. Ze zijn vaak hoogopgeleid, meertalig en brengen visies en ervaringen mee uit alle steden van Europa. Ze kunnen en moeten een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van de stad.

Brussel zou de eerste echte multiculturele stad van Europa kunnen worden. Iedereen kan zich de stad toe-eigenen. Brussel duwt haar nieuwe bewoners geen pakketje aanpassingseisen door de strot. De Brusselse eigenheid wordt immers gevormd door honderden subculturen. Brussel heeft geen strak omlijnd kader, geen verankerd profiel, haar identiteit wordt gevoed door mensen uit alle uithoeken van de wereld, die steeds komen en gaan. Een schizofrene stad. Ondefinieerbaar. Je voelt je er dan ook onmiddellijk thuis, als vreemdeling tussen de vreemdelingen.

De Europese ambtenaren moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Deelnemen aan het lokale leven, zich verspreiden over verschillende wijken in de stad, de poorten van hun scholen openzetten, een groter deel van hun belastingen aan België en niet aan Europa afdragen (vandaag betalen ze alleen de gewestbelasting; sociale en fiscale lasten dragen ze af aan Europa). En de andere Brusselaars, Belgen, Europeanen (want ze werken heus niet allemaal voor de EU), niet-Europeanen, moeten inzien dat de Europese ambtenaren een meerwaarde voor de stad kunnen betekenen.

“Komaan, Brussel! Sta op! Word de hoofdstad van de wereld en moge Parijs in uw ogen niet meer zijn dan een provinciestad.”