nintchdbpict000265565182

Een drukke zaterdag in de Hema. Een lange rij aan de kassa. Iedereen wacht geduldig zijn beurt af. Plots duikt een mooie jonge vrouw op. Ze loopt parmantig de ganse rij voorbij en wendt zich tot de eerste kassa die vrij komt. De winkeljuffrouw trekt onverschillig haar schouders op en rekent af. De vrouw steekt net haar boodschappen weg als het mijn beurt is. En dan komt de preektrees in mij boven: “Pourquoi vous faites pas la queue, madame? Een beetje pretentieus, vindt u niet? Voelt u zich beter dan de rest misschien? Vous n’êtes pas toute seule sur terre, vous savez.” Ze zocht zelfs niet naar excuses. Gewoon geen zin om in de rij te staan, c’est tout. Ze had wel wat beters te doen.

Ik ga buiten en de kou slaat in mijn gezicht. Onmiddellijk daarna begint het te knagen. Wie ben ik om die vrouw terecht te wijzen? Is mijn handelen niet even pretentieus als het hare? De vrouw dacht vast hetzelfde als ik: “Wie denkt ze wel dat ze is, de stomme trut? Mij zomaar in een volle Hema op de vingers te tikken”.

In Brussel leven meer dan één miljoen mensen samen op 161,78 km² . Lichamen die elkaar elke dag kruisen. Af en toe wordt er een blik of een woord gewisseld. Vreemd dat het niet vaker tot een clash komt. Samenleven in een grote stad berust op honderden onuitgesproken regeltjes. Een poreus evenwicht van sociale afspraken, eigen aan elke tijd en maatschappij. Een ingenieus systeem van geven en nemen. Deze afspraken steunen op wederzijds respect. Wat als iedereen ze plots naast zich neer zou leggen? Als er geen beleefdheidswoordjes meer uitgewisseld zouden worden?

Je gooit je lege colablikje niet gewoon op straat. In een volle trein zet je je tas niet op de lege stoel naast je. Je laat mensen op de metro eerst uitstappen voor je zelf instapt. Je ruimt de drollen op die je hond op straat achterlaat. Je zegt “dank je” en “alsjeblieft”. Je staat je plaats af als een oud vrouwtje op de bus stapt. Je vormt een rij als je aan de kassa wacht.

Mijn hoogstpersoonlijke interpretatie van de sociale afspraken die onze maatschappij recht houden. De vrouw in de Hema deelt mijn mening niet. Zij hecht vast belang aan zaken die ik verwaarloosbaar acht. Misschien ergert zij zich mateloos aan mensen die ‘jij’ zeggen tegen de winkeljuffrouw in plaats van ‘u’. Aan mensen die te luid spreken op restaurant. Aan het ‘lawaai’ van spelende kinderen.

Hoe leef je samen met anderen in de stad? Mag je mensen berispen als je vindt dat ze zich egocentrisch of respectloos gedragen? Kies je voor de directe confrontatie of slik je je ergernis weg? Ben je onverschillig of juist tolerant als je niet reageert? Ik sta mezelf toe om openlijk het gedrag van een wildvreemde vrouw in vraag te stellen. Maar discussies kunnen ontsporen. Aan de kassa van de Delhaize heb ik mensen elkaar te lijf zien gaan, de ander verwijtend voor te steken. Twee gezinnen met getrokken karretjes tegen over elkaar. Iedereen overtuigd van zijn eigen gelijk.

De wereld vergaat niet als juffrouw X weigert te wachten in de rij. Maar wat als iedereen deze houding aanneemt? De wet van de sterkste aan de kassa. Nooit meer boodschappen doen zonder blauwe plekken. Op de bus zetten steeds meer mensen ostentatief hun tas op de lege plek naast hen. Je weet maar nooit wie er naast je komt zitten.

Ik beken. Ik ben een preektrees. Samenleven in een stad steunt op respect voor je medebewoner. Als mensen – in mijn ogen – fundamentele sociale afspraken negeren, reageer ik. Vanuit een buikgevoel. Zwijgen vind ik dan net iets te makkelijk. Ik ben er dus ergens van overtuigd dat mijn visie op samenleven in de stad ‘beter’ is dan die van de vrouw in de Hema. Dat het moreel gerechtvaardigd is je te ergeren aan mensen die niet in de rij gaan staan, maar verwerpelijk om je druk te maken in het ‘lawaai’ van spelende kinderen.

Politiek engagement houdt in dat je meent keuzes te kunnen maken die het leven van anderen beïnvloeden. Dat je het beter weet. Maar ik mag hopen dat op tijd en stond de twijfel bikkelhard blijft toeslaan. Niemand zo blind als hij die overtuigd is van zijn grote gelijk.