10879_1493_xl
foto: Cyril Plapied

Op mijn plein loopt een vreemde man rond. Een plein-gek. Helemaal alleen tussen mensen vol plein-vrees. Ik maak steeds een praatje met hem. Hij heet Paul, maar vergeet altijd opnieuw wie ik ben. Hij is regisseur en brengt clowns op de planken. Droevige clowns. “Jij kijkt vanavond toch naar Arté?”, vraagt hij me, “Ze zenden een stuk van mij uit”. Soms praten we met de duiven. Hij kent als geen ander hun verhaal. Hij wijst me op een prachtige zonsondergang als ik de hele dag naar de grond heb gekeken. Hij vraagt: “Tu penses que je suis fou?” En ik antwoord: “Mais non, t’as juste un peu plus de phantasie que les autres”.

Ik land in Brussel na twee weken Kroatië. Erg bevreemdend. Kroatië is nog niet zo lang oorlogsvrij en heeft niet dezelfde immigratiegolven gekend als het oude Europa. Nergens een kleurling te zien. In Warschau of Boekarest is het niet anders. Lelieblank. In Zaventem neem ik de bus tot het Luxemburgplein. Te voet ga ik verder, richting mijn plein. Ik wandel door Matongé, langs het café van Ahmed, langs mijn Italiaanse schoenmaker en de Armeense traiteur, groet de Albanezen van de Volle Gas (en hun typisch Belgische keuken), de Marokkaanse oude mannen op het bankje, zeg dag tegen Hassan de pitaman en spring even binnen bij de Kongolees op het gelijkvloers van mijn appartement. Zo fijn weer thuis te zijn.

Ik beschouw mezelf als tolerant. Ik aanvaard mensen die anders zijn. Ik zie ze als gelijken in deze stad. Ik luister naar hun verhaal, koop hun brood. Maar hoe ver gaat mijn begrip?

Ik dweep graag met de multiculturele samenleving. Met het grote aanbod aan Portugese en Griekse restaurants, de verrijkende uitwisselingen, het gevarieerde culturele aanbod … De softe versie van multiculturalisme dus. Zonder scherpe kantjes. Een beetje zoals pro Europa zijn omdat je tegen oorlog bent en van je Erasmusjaar genoten hebt.

Mijn tolerantie kent grenzen. Ik hou niet zo van cultuur als excuustruus, als dekmantel voor onrecht tegen vrouwen bijvoorbeeld. Ik word behoorlijk ongemakkelijk van cafés waarin alleen mannen zitten; van orthodoxe joden die vrouwen de hand weigeren te schudden omdat ze ‘onrein’ zijn. Twijfel of de meerderheid van de meisjes die een hoofddoek draagt dit nu echt zélf zo graag wil. Duld het niet op straat voor hoer uitgescholden te worden. Vind vrouwenbesnijdenis een misdaad en geen ‘culturele traditie’.

De universele rechten van de mens komen altijd op de eerste plaats. Hoe typisch “westers” deze rechten ook mogen zijn. Dit handvest is een mijlpaal in onze geschiedenis, gevoed door een verlichtingsgeest die eigen is aan de Westerse samenleving, maar daarom niet minder universeel in haar ambitie. Ik beweer niet dat onze samenleving ‘beter’ is dan een andere, maar ben niet bereid enkele van onze (recent verworven) basisrechten zomaar over boord te gooien uit angst een andere ‘cultuur’ tegen de schenen te stampen: scheiding van kerk en staat bijvoorbeeld, de rechtstaat, gelijkheid van man en vrouw … Deze principes zijn me meer waard dan een imago van politiek correcte gauchiste.

Nieuwelingen (ook de Europeanen) moeten snel Nederlands of Frans leren. Maar leer ze aub niet de Brabançonne zingen en al zeker niet de Vlaamse leeuw. Er moet hard opgetreden worden tegen de kleine minderheid jonge boefjes die het imago van een ganse groep besmeurt. Maar zorg er ook voor dat de massa jonge werklozen een gepaste opleiding en later een job te pakken krijgen. Vecht tegen discriminatie op de arbeidsmarkt.

Er bestaat geen ‘zij’ en ‘wij’. Religieuze fundamentalisten allerhande vinden elkaar in hun strijd tegen homoadoptie. Het misplaatst moreel superioriteitsgevoel als bindmiddel tussen godsdiensten. Ik verzet me tegen elke veralgemening, tegen hokjesdenken, maar weiger ook de ogen te sluiten voor wat er mis loopt. Brussel kent samenlevingsproblemen en die zullen niet verdwijnen door ze dood te zwijgen uit angst in de kaart van extreem rechts te spelen. Wel door na te denken over hoe het nu verder moet, door andere oplossingen aan te bieden dan zij die er baat bij hebben de haat tussen ‘zij’ en ‘wij’ te voeden. Onze oplossingen zullen nooit eenduidig zijn en niet makkelijk uit te leggen. Ze vragen grote inspanningen op verschillende terreinen, van alle kanten. “Naïef”, zegt u? Juste un peu plus de phantasie que les autres.