De centrale lanen. Als je niet beter zou weten, dan denk je bij ‘lanen’ aan ‘flaneren’, aan groen, bankjes en ijskramen. Barcelona heeft zijn ramblas, maar eigenlijk had Brussel vroeger ook verschillende majestueuze lanen waar de burgers kwamen om te ‘wandelen’, maar vooral om te kijken en gezien te worden. Denk maar aan de Groendreef of de Louisalaan voor de opkomst van de auto in de jaren ’50.

Vandaag mist de stad zo’n flaneerdreef. Nochtans is er een plek die smeekt om een totale make-over: de centrale lanen. Bral (Brusselse Raad voor Leefmilieu) lanceerde onlangs enkele simulaties van hoe deze lanen eruit zouden kunnen zien: als een groene, autoloze oase met veel planten en bomen. De ideale Brusselse promenade.

De Anspachlaan is een muur van auto’s die de vijfhoek in twee deelt.  Zeg nu zelf: een brede autosnelweg in het historisch hart van de stad, dat is toch niet meer van deze tijd?  De heraanleg van de centrale lanen laat al veel te lang op zich wachten. Laten we voluit kiezen voor een vernieuwing die past bij de stad van de toekomst: groene ruimtes, brede voet‐ en fietspaden, autoluwe zones.

Een eerste stap is het autovrij maken van het Beursplein en de omliggende straten. De activiteiten aan het Beursplein lijden onder het autoverkeer: het Beursgebouw staat momenteel leeg, winkels en banken trekken weg, terrasjes worden gestoord door de stadssnelweg die erlangs loopt. Ook de link tussen de historische wijk en de bruisende Dansaert en Sint‐Katelijnewijk is hierdoor zoek.

Een tweede stap is het radicaal vergroenen van de centrale lanen. Dat zal terrasjes, winkels, hotels en cafés aantrekken, waardoor de Anspachlaan een nationale en internationale aantrekkingspool kan worden. Boven de commerciële ruimtes zal het bovendien veel aangenamer wonen zijn.

De Brusselaars zijn trotse mensen. Ze verdienen een flaneerdreef om te kijken en gezien te worden.