1470023

De Kerstmarkt staat er weer. Reuzenrad, schaatspiste, kraampjes, massa’s vrolijke mensen. Loop je verder richting Handelskaai, dan toont het parkje je een heel ander beeld van Brussel. Op vijftig meter van het feestgeruis: mensen die slapen op een stuk karton in de kou.

Op de hoek van mijn straat staan elke dag zo’n veertig mannen te wachten om naar bouwwerven gevoerd te worden waar ze voor luttele euro’s en zonder enige sociale bescherming zwaar werk verrichten. Aan de verkeerslichten een beetje verder: misvormde bedelaars en mensen die uit pure wanhoop flesjes parfum aan de automobilisten proberen te verpatsen. In de supermarkt zie ik een vrouw een sandwich stelen en meteen opeten. De politiestatistieken verrijken het Nederlands met een nieuw woord. Overlevingsdiefstal.

Het Rode Kruis voorspelt dat er deze winter 4.000 mensen in Brussel op straat zullen leven. En dat is enkel de zichtbare armoede. De cijfers spreken voor zich: één op vier kinderen in Brussel groeit op in armoede.

Op internetfora lees ik dat mensen steeds hardvochtiger worden. “Gooi ze buiten, de profiteurs”, en ander gescheld. Altijd makkelijk om tot dat standpunt te komen achter je computer in je goed verwarmde villa ergens ten velde.

Het Brusselse OCWM heeft onlangs een gebouw aangekocht om 400 daklozen extra op te vangen deze winter. Onmisbaar, maar ontoereikend. Brussel kampt met een hoge armoede en kan de toevloed van asielzoekers niet aan. Er is meer solidariteit nodig tussen de OCMW’s van de rijke zuidwestelijke en de arme noordoostelijke gemeentes. Nu sturen een aantal burgemeesters ‘hun’ asielzoekers al te vaak door naar de Stad Brussel.

De opvang van asielzoekers is echter niet enkel de verantwoordelijkheid van de hoofdstad, maar van het ganse land. Er is dringend nood aan een federaal spreidingsplan. Vlaanderen en Wallonië moeten hun deel van de asielzoekers opvangen in plaats van op een winterse zondag in een wijde boog om ze heen te lopen. Laat ons hopen dat in de nieuwe federale regering hier snel werk van maakt.