Enkele weken geleden bracht Open VLD een kaart van Brussel uit met een eigen indeling in wijken.  Casablanca, Little Turkistan en British Garden waren enkele van de nieuwe benamingen voor onze Brusselse buurten. De kaart veroorzaakte veel tumult. Ze was ‘grappig’ bedoeld, maar sommigen vonden de namen beledigend.

Ik vond hun visie op Brussel vooral weinig ambitieus. Kaarten kunnen nochtans op een eenvoudige manier veel duidelijk maken. Neem bijvoorbeeld een kaart die weergeeft waar de verschillende nationaliteiten in Brussel wonen. Weinig verrassingen: de Fransen die hun thuisland ontvlucht zijn om fiscale redenen, hebben niet voor Molenbeek gekozen. Het wordt pas echt interessant als je deze kaart vergelijkt met een kaart van Brussel die het gemiddeld inkomen of de werkloosheid per wijk aanduidt. Brussel is niet rijk of arm: bepaalde stukken van Brussel zijn héél rijk, andere buurten zijn héél arm.

Het Brussels Gewest profileert zich graag als ‘één van de groenste hoofdsteden’ van Europa. Ook hier kan een kaart verhelderend werken. Het Zuidoosten van Brussels kleurt héél groen, in de kanaalzone zijn de groene stipjes erg schaars. Ook de luchtvervuiling in Brussel is ongelijk verdeeld.  In Sint-Pieters-Woluwe bedraagt de levensverwachting gemiddeld 83 jaar, in Molenbeek 77 jaar. Een verschil van vijf jaar.

Als er één ding is dat we in Brussel moeten aanpakken, dan is het wel de groeiende ongelijkheid tussen haar bewoners. Een ongelijkheid die zich op honderd en één manieren toont. De kaart van Open VLD sluit mensen op in een getto. Jij bent Marokkaan, dus jij hoort thuis in ‘Casablanca’, in een arme, dichtbevolkte wijk. Waag het vooral niet om uit te breken. Ik hoop dat Brussel ooit echt hertekend geraakt. En dat er binnen tien jaar op de kaart van Brussel een groot stadspark in de kanaalzone en een Turkse supermarkt in Oudergem staat. Met elkaar verbonden via een fietssnelweg.