Elke dag Brussel Bad

Gisteren liep Brussel Bad ten einde. Een gemoedelijk zomers feest in een deel van de stad dat vooral het nieuws haalt met dramatische jeugdwerkloosheidscijfers en hangjongeren. Brussel Bad bracht opnieuw veel volk op de been: mama’s met hoofddoeken, Braziliaanse schonen, Dansaertvlamingen, expats die kwamen volleyballen, jongeren uit de wijk (vaak ingeschakeld als steward of sportmonitor) en heel veel spelende kinderen in alle kleuren en leeftijden

Wie op een zonnige dag rondliep op Brussel Bad, kon er niet naast kijken. Overal kinderen. Een beetje ruimte, wat zand en water en ze amuseren zich te pletter.  Onvermijdelijk vraag je jezelf het volgende af: “Waar komen al die kinderen plots vandaag?” En ook: “Wat doen ze als Brussel Bad de deuren sluit?” Dan zijn er weinig andere opties dan thuis zitten, want op reis gaan is voor veel ouders in Brussel financieel onmogelijk.  Thuis betekent voor vele van deze kinderen: een klein appartement, zonder terras, laat staan een tuin.

De Brusselse kanaalzone is één van de meest dichtbevolkte stukken van de stad, met een hoge concentratie aan jonge ketjes. Het is tegelijkertijd ook een zone met weinig openbare ruimte en groen. Vanaf september komen hier nog een extra dosis vliegtuiglawaai bij, want dan wordt de nieuwe vliegroute over het kanaal in gebruik genomen. Het brede kanaal zou een welkome verademing in die drukte kunnen zijn. Jammer genoeg wordt het potentieel van deze waterstroom schromelijk onderbenut.

Elke Parijzenaar wil langs de oevers van de Seine wonen. In Brussel is het kanaal een no-cross zone met schroothopen en zware industrie. De lang beloofde parken aan de Ninoofse Poort en Tour en Taxis laten veel te lang op zich wachten. Nochtans is de nood naar kwalitatieve ontspanningsruimte erg groot. Op de oevers van het kanaal zou het het elke dag Brussel Bad moeten zijn: de kades moeten heraangelegd en verlaagd worden, er moeten parken aangelegd worden met speel- en sportinfrastructuur, cafés met grote terrassen die uitkijken op het water. Het is de ideale plek voor een Museum voor moderne Kunst. Nergens heeft een openluchtzwembad meer zin dan in dit deel van Brussel.

Gisteren liepen ook de Olympische Spelen ten einde. Jammer genoeg bleef het aantal Belgische medailles laag. Een sterk sportbeleid begint met deftige infrastructuur en een goede jeugdwerking. Brussel is met zijn erg jonge bevolking een ideale kweekvijver voor kampioenen. Zo zet men in Franse steden al jaren in op kwalitatieve boksopleiding bij de jeugd, een sport die traditioneel erg populair is bij migranten. Investeren in sport in de hoofdstad is niet enkel bezigheidstherapie voor “hangjongeren”. Sport is een uitlaatklep, zinvolle ontspanning, maar werkt ook emancipatorisch: een wedstrijd winnen, ergens goed in zijn, doet wonderen met iemands zelfbeeld en geeft richting aan een leven. Gasten die elke dag trainen om kampioen te worden, vallen geen vrouwen lastig op straat.

Een openluchtzwembad of bokszaal gaat niet alle sociale problemen van Brussel oplossen. We kunnen de schouders ophalen, verzuchten dat Brussel een verloren zaak is en enkel inzetten op repressie. Of we kunnen ambitie tonen en investeren in de toekomst:  de kanaalzone heeft het potentieel om één van de aantrekkelijkste plekken van Brussel te worden en onze jeugd heeft  een enorm potentieel aan talent.  Er zijn weinig dingen die de hoofdstad meer goed zouden doen dan een Olympisch kampioen uit de Anneessenswijk die heeft leren zwemmen in ‘zijn’ openluchtzwembad aan het kanaal.

← Previous post

Next post →

3 Comments

  1. Kurt Boes

    Ans,
    110 procent gelijk.
    Helaas vrees ik dat de aanpak van de kanaalzone in Brussel wel een verloren zaak is. In 2003 (!) heeft Brussel alvast een schitterende kans laten liggen om een begin te maken van wat jij tien jaar later bepleit. Er lag tenslotte een schitterend ontwerp klaar voor de \”Westelijke Ring\” van architectenbureau BOB361, mét verlaagde kades en een groenzone aan de Ninoofse Poort. De Brusselse politici hebben dat vakkundig de vuilbak in gekeild. In het antwoord op een parlementaire vraag van Sven Gatz in 2004 zegt toenmalig bevoegd minister Jos Chabert dat \”de verkeersfunctie voorrang heeft op de woonfunctie in die buurt\” (zie ook De Morgen van 15/03/2004). Dat Chabert geen onzin uitkraamde, zie je vandaag bij de heraanleg van de Barthélémylaan en Nieuwpoortlaan. Bus en tram krijgen dan wel een eigen bedding (zeer goed) maar daarnaast hebben voetganger en fietser ruimte moeten inboeten ten voordele van transitverkeer (auto\’s en zelfs vrachtwagens). Trottoirs worden versmald, voor een fietspad is er (aan de kant Brussel) helemaal geen plaats, de parkeerplaatsen voor buurtbewoners zijn verdwenen. (Straks krijgt de Kanaalzone nog tal van bijkomende vluchten uit Zaventem te verwerken. Het is, volgens Wathelet tenslotte een dunbevolkte wijk.)
    Als je tussen plannen en (slecht) uitvoeren een termijn nodig hebt van tien jaar, vrees ik het ergste. Meer nog, ben ik ervan overtuigd dat het voor de generatie waar jij op doelt een verloren zaak is. Ik veronderstel dat men de dag nadat de heraanleg voltooid is, niet meteen een nieuwe studie besteld voor de heraanleg van de kanaalzone (ook al is studies bestellen een van de favoriete bezigheden). En stel dat een witte merel dat toch zo doen, dan duurt het nog minstens tien jaar vooraleer de situatie heraangepakt wordt. Tegen dan zijn die jonge talentjes al veel te oud om nog te kunnen dromen van een olympische medaille.

    Ook de vraag om een museum of een andere culturele aantrekkingspool, juich ik toe. En waarom dan niet meteen aan de Ninoofsepoort, op het kruispunt van Brussel, Molenbeek en Anderlecht en zogenaamde moeilijke wijken. Iedereen zou er baat bij hebben.

    Kurt

  2. Alles staat of valt bij een goed bestuur.
    Sommige steden in ons land zitten nog opgescheept met teveel beleidsmensen van de oude stempel en daar is het moeilijk om verandering in te brengen. In Mechelen, de stad waar ik woon, is de tijd niet blijven stilstaan. Onze burgemeester heeft een actieve groep mensen rondom zich en de stad is in die periode, na een periode van complete stilstand, tot leven gekomen.
    In onze stad zijn er bijna geen straten meer te vinden die niet heraangelegd of vernieuwd zijn. Ik vind niet alles goed wat ze gedaan hebben, maar stilstaan is ook geen optie. Huizen, straten, pleinen alles werd onder handen genomen. Als ik mag kiezen tussen stilstand of een stad in beweging, al ben ik niet met alle veranderingen eens, kies ik toch voor beweging omdat er na mij ook nog mensen zijn die van deze stad willen genieten en dan liefst in een hedendaagse stad.
    Mijn vrouw werkt in Brussel en bezocht reeds Brussel Bad en wist te vertellen dat het daar leuk vertoeven is, dus zouden ze daar best werk van maken om er iets permanents van te maken zoals u hierboven reeds aangaf.

Leave a Reply