Allochtonen scoren niet

Vincent Kompany wil het woord allochtoon niet meer horen. Dat schrijft hij op zijn facebookpagina. Hij heeft gelijk. Alleen wordt hij al jaren geen allochtoon meer genoemd. Als journalisten lijstjes maken met ‘Belgische’ voetballers die hoge toppen scheren in het buitenland dan staat Kompany op één. Nergens lezen we ‘allochtoon scoort voor de Rode Duivels’.
Als straatvoetballertje in de Noordwijk was hij nog helemaal allochtoon, net zoals alle gekleurde kinderen die in Brussel op straat spelen. Wanneer is Vincent dit etiket verloren? Wanneer werd hij één van onze jongens?
Word je minder allochtoon als je goed Nederlands spreekt en ‘geïntegreerd’ bent? De perfecte beheersing van de lokale tongval, een deftig kostuum, een proper kapsel: je naam blijft Khalid en dus vind je moeilijk een appartement. Want de huiseigenaar “heeft niks tegen vreemdelingen maar verhuurt liever niet aan allochtonen”.
Ook met opleiding heeft het niets te maken, want een Mohamed met diploma blijft een allochtoon en solliciteert beter onder een andere naam als hij een job wil vinden.
Wat maakt dan wel het verschil? Wanneer is een Brusselse jongen met Congolese of Marokkaanse roots allochtoon af? Geld, Status, Succes. Dat zijn de toverwoorden. Wie veel geld verdient, hoort erbij. Lovende commentaren in de buitenlandse pers, olympische medailles, schimmige foto’s in tabloidblaadjes, mooie vrouwen. Als we ons kunnen laven aan hun succes en status, worden allochtonen plots Belg. Als je wint, heb je vrienden. Maar zegt dat niet meer over ons dan over hen?
We zullen het woord allochtoon dan wel niet meer gebruiken, de beeldvorming blijft. Donkerhuidige jonge Brusselaars die op straat spelen, daar lopen we in een boog omheen. Als één van die gasten later bij Manchester City voetbalt en 150.000 euro per week verdient, staan we in de rij voor een handtekening.
Als we met sp.a pleiten voor de oprichting van een ‘maison de la boxe’ in Brussel, rolt op internetfora de ene giftige  commentaar na de andere van het toetsenbord. “Socialistische waanzin! Wakker de agressie nog wat meer aan ja!”. Krapuul tot ze medailles winnen.
Met zijn erg jonge bevolking is Brussel een ideale kweekvijver voor kampioenen. In Franse steden zet men al jaren in op boksopleiding bij de jeugd. Resultaat: zij staan met hun jongeren op de Olympische Spelen. Sport is veel meer dan bezigheidstherapie voor hangjongeren. Het is een uitlaatklep, zinvolle ontspanning en geeft richting aan een leven: een wedstrijd winnen, ergens goed in zijn, doet wonderen met iemands zelfbeeld. Daarom willen we investeren in deftige sportinfrastructuur en in een betere jeugdwerking.
Sport dus. En Onderwijs, dat spreekt voor zich. Niet omwille van de algemene erkenning die Brusselse ketjes plots te beurt valt als ze scoren. Niet om als ‘een van ons’ beschouwd te worden, maar omwille van hen. Omdat deze stad bruist van talent. Omdat alle Brusselse jongeren de kans moeten krijgen om hun dromen te realiseren.

← Previous post

Next post →

2 Comments

  1. Karin Verelst

    Goed plan, sport kan inderdaad wonderen met iemands zelfbeeld én zelfbeheersing verrichten. En krijgskunsten al helemaal (ik spreek uit ervaring). Daarom denk ik dat het belangrijk is dat ge ook meisjes probeert aan te spreken, en dat ge ernaar streeft om een goede mix van kinderen te hebben – dus niet alleen kinderen van \”magrebijnse oorsprong\” of hoe ge dat tegenwoordig ook moet noemen. Op de mat of in de ring leren ze wederzijds respect – kleuren en geslachten ondereen.

  2. Jan Danckaert

    Ans, ken je het project \”Emergence-XL\” van Elsense schepen (en ex-bokser) Bea Diallo? Dat doet precies wat je hierboven beschrijft.
    Jan.

Leave a Reply