blogfoto
Goedemorgen allemaal,
Het doet mij veel plezier u hier vandaag zo talrijk aanwezig te zien, op deze heugelijke dag in de geschiedenis van het Brusselse Huis van de Mens.
Allereerst wil ik onze burgemeester Freddy Thielemans verontschuldigen. Hij was er graag bijgeweest vandaag, maar is in het buitenland. Hij heeft me gevraagd hem te vervangen en dat doe ik met veel plezier.
Toen ik gisteren deze speech aan het schrijven was, heb ik -voor het eerst sinds lang- nog eens stilgestaan bij wat vrijzinnig humanisme voor mij betekent.
Voor mij is vrijzinnigheid altijd een evidentie geweest. Ik heb het hele parcours doorlopen:  zedenleer, lentefeest, skivakanties met de OVM (Oudervereniging voor de Moraal) en -natuurlijk- het obligate fakkeltje op de achterruit van de auto. Toen ik als eerste opdracht aan de universiteit mijn eigen familiegeschiedenis moest schrijven, was er maar één rode draad die mijn voorvaders en -moeders verbond: antiklerikalisme en vrijzinnigheid.
Wanneer iets een evidentie is, moet je er niet voor strijden. Ja, ik heb me geërgerd aan de neerbuigende opmerkingen over de zogenaamde ‘minderwaardige’ kwaliteit van mijn Atheneum, en toen mijn buurjongen me op 5-jarige leeftijd vertelde dat ik een ‘kindje van de duivel’ was – dat had hij geleerd van zijn leerkracht godsdienst over niet-gedoopte kindjes – ben ik huilend naar huis gerend.
Maar dat was het. Er was geen strijd in mijn hoofd over de onzin van een god. Er was geen strijd met grootouders om toch maar voor de kerk te trouwen, geen strijd met ouders om de kinderen toch maar naar een katholieke school te sturen. Geen ‘je weet maar nooit’, geen ‘het is traditie’.
Mijn verhaal is dat van vele anderen van mijn generatie en ouder. Je werd geboren in een bepaald kamp. Sommigen groeiden op in een andere zuil, moesten wel een strijd leveren en kozen ervoor op latere leeftijd van kamp te veranderen. Wij hechten misschien nog belang aan deze geschiedenis, aan de strijd die al dan niet ooit gestreden moest worden, maar de meeste mensen die vandaag in Brussel opgroeien, hebben hier weinig boodschap aan.
Toch heeft een instelling als het Huis van de Mens -meer dan ooit- zin in deze stad. Niet om met verenigde krachten te vechten tegen de Kerk en haar tentakels, maar omdat we in een samenleving, in een stad wonen, waar heel veel mensen op zoek zijn naar zingeving.
Gisteren stond er een opiniestuk in de krant waarin Saskia Van Uffelen, één van onze bekenste vrouwelijke bedrijfsleiders, getuigde over de plotste dood van Johan, één van haar medewerkers.  40 jaar, hartfalen, dood.  De collega’s houden een moment stilte.
In het stuk – dat massaal gedeeld werd op sociale media – schrijft ze het volgende: “Het moment zal me altijd bijblijven, mijn hele loopbaan lang. Het was zo’n moment waarop alles samenkomt, in één groot besef dat we ook maar kleine, kwetsbare wezens zijn. Met slechts één batterij, waar we het maar mee moeten doen, die we niet keer op keer kunnen opladen. En dat we ons dus maar beter niet druk maken in kleinigheden, maar beter zoeken naar een manier om de druk en de stress op een gezonde manier te beheren.”
Het is op die momenten dat wij als vrijzinnigen ons verhaal klaar moeten hebben, op die momenten van ‘afscheid en stilstaan’, waar we allemaal af en toe mee geconfronteerd worden, omdat ieders leven nu eenmaal blutsen, deuken, dieptes kent. Schrammen op de ziel hebben we allemaal.
En ook al leven we in een samenleving die nooit eerder zoveel materiele weelde kende, in de hoofden en harten van velen heerst rusteloosheid. We voelen ons opgejaagd, omdat zoveel moet. Omdat er zoveel moet en het vaak niet lukt. Omdat we het allemaal simpelweg niet meer geregeld krijgen. En dan onstaat er schaamte, woede, angst. En worden we gevoelig voor de simpele antwoorden die een godsdienst kan bieden.
Saskia Van Uffelen besloot haar stuk met de volgende woorden: “Er zullen altijd telefoontjes blijven komen, zoals dat over Johan. Maar bij elk telefoontje zal ik me de vraag blijven stellen: hebben we de grenzen bereikt?”
Daarin ligt voor mij de toekomst van de vrijzinnigheid. Er voor zorgen dat we niet helemaal gek worden, tegen onze eigen fysieke en mentale grenzen stoten en … vallen.  Er zijn nog nooit zoveel mensen op zoek geweest naar zingeving als vandaag. Het is een taak, onze plicht, om die mensen te onthalen. Niet met pasklare antwoorden -daar hebben we godsdiensten voor- maar met warmte, rust, inzichten, observaties, met ons verhaal over De Mens. Zodat jongeren niet naar Syrie moeten trekken om zin te geven aan hun leven. Zodat er misschien net iets minder mensen wanhopen en opgeven.
Ik ben dan ook oprecht blij dat het Huis van de Mens en de vele lidverengingen in dit prachtig huis een nieuw onderkomen hebben gevonden. Het doet me ook veel plezier dat jullie een thuis in Brussel hebben gevonden, een stad met een lange vrijzinnige traditie, en dan nog op deze plek, langs het kanaal, de zone die voor mij het meest de toekomst van Brussel verbeeldt.
Proficiat, het gaat jullie goed. Ik wens jullie veel succes om hier een zeer bloeiende werking uit te bouwen. Weet dat jullie aan de Stad Brussel altijd een trouwe partner en metgezel zullen hebben.
Ik dank u voor uw aandacht.
Ans Persoons, Schepen Stad Brussel
28 september 2013