wijkcontract masui
Soms zegt een beeld meer dan woorden.  Deze foto is genomen in de Masui wijk, op het feest van het wijkcontract.
Masui is geen gemakkelijke buurt. Een uithoek van de Noordwijk, geplet tussen het kanaal en Schaarbeek. Dichtbevolkt, hoge werkloosheidcijfers, weinig groen. Een wijk waar migranten landen bij aankomst in Brussel, maar vertrekken zodra ze hun leven op de rails hebben. Een plek waar je, naar het schijnt, gemakkelijk een wapen op de kop kunt tikken.
Soms zegt een beeld meer dan woorden. De kereltjes in de strandstoelen zijn het gezicht van wijk, met haar erg jonge bevolking. Achter hen staat een verwaarloosd depot. Binnenkort verrijst op deze plek een jeugdhuis en woningen. Ook het grijze gebouw ernaast gaat tegen de vlakte, om plaats te maken voor het Zennepark: een 1,2 km lange groene long die het kanaal met het Gaucheretplein verbindt.  Met collectieve moestuinen, speelpleintjes, banken, fiets- en voetpaden.
Op de ballon staat het logo van de Stad Brussel. In deze buurt investeren we met het wijkcontract 40 miljoen euro.  In het Frans noemen we dat “revitaliser un quartier”.
walvis
Soms zegt een beeld meer dan woorden. Deze zwart-wit tekening gebruikt Inter-Environnement als illustratie bij een dossier dat de organisatie deze week publiceerde over “les cafés branchés”, hippe cafés in Brussel. De Walvis wordt afgeschilderd als een geïsoleerde, zonevreemde plek aan het Kanaal.
Inter-Environnement heeft een punt: dergelijke cafés kunnen geen wijken redden. Dat is ook niet hun taak. Maar een heksenjacht voeren tegen “les cafés branchés”, getuigt van  wereldvreemdheid. Wanneer nieuwe cafés en winkels zich in een wijk komen vestigen, betekent dit immers dat de buurt  er -na jaren van moeilijke tijden- eindelijk bovenop begint te geraken. En dat is een zeer goede zaak.
Commercanten openen handelzaken daar waar ze denken dat het rendabel is of kan worden. De hippe cafés zijn het gevolg (niet de oorzaak) van de opwaardering die de wijk kent. Ze zijn een teken dat de stad investeert in een buurt, leegstand aanpakt en de openbare ruimte onder handen neemt. De wijk wordt fijner om te wonen en begint ook middenklassegezinnen aan te trekken, met bijhorende winkels en cafés.
We wonen in een stad waar de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt. De “cafés branchés” die oppoppen in “des quartiers populairs”, zijn echter niet de kern van het probleem. Zij dragen net bij tot het gemengd karakter van een wijk. De Walvis heeft het Marrokaanse café of de Indische nachtwinkel in de straat niet verjaagd. Dat mag ook niet de bedoeling zijn. Net die variatie is een enorme plus.
Gemengde wijken zouden overal in Brussel het ideaal moeten zijn. De geografische opsplitsing tussen rijke wijken in de bovenstad en een arme buurten in de benedenstad, met een middenklasse die de stad verlaat: daar ligt de uitdaging waar we – o.a. met wijkcontracten – een antwoord op moeten bieden.
In de artikelenreeks zet Inter-Environnemen het woord “revitaliser” consequent tussen aanhalingstekens. Dat heeft me nog het meest geërgerd. Alsof investeren in kwestbare wijken een perverse zaak is.  Het is nooit de bedoeling van een wijkcontract om de bewoners weg te jagen. Integendeel, de investering in parken, pleinen, sportzalen, creches gebeurt in de eerste plaats voor hén. De wijk wordt aangenamer om te wonen. Als er zich dan ook middenklasse – met bijhorende winkels – vestigt, is dat mooi meegenomen.
Eerlijk: ik zou heel blij zijn moest er binnenkort een “café branché” openen in de Masui wijk.  En tegelijk hoop ik dat de Marrokaanse ontbijtzaak in mijn eigen, steeds “witter” wordende straat binnenkort niet vervangen wordt door een hip restaurant.  Gemengde wijken, dat hebben we nodig.