In de documentaire ‘The Human Scale’ onderzoekt de Deense architect Jan Gehl hoe we steden op mensenmaat kunnen bouwen. Steden die hun openbare ruimte zo inrichten dat mensen elkaar tegenkomen en niet ontlopen, met de straat als huiskamer en het autovrije plein als centrum voor menselijke interactie in al haar vormen. Steden waar bewoners actief nadenken en mee beslissen over hoe die gedeelde ruimte er uit moet zien.
Wanneer in de documentaire de heraanleg van Times Square aan bod komt, zegt een betrokkene: “We are very opinionated in NYC. There are 8,4 million different opinions about what should be done”. In Brussel is het niet anders: er zijn heel veel verschillende meningen over wat er met de Centrale Lanen moet gebeuren. Dat is een goede zaak: de betrokkenheid van de Brusselaars bij hun stad is groot. Het stelt ons wel voor een uitdaging, want al die meningen hebben het recht om gehoord worden.
In een stad op mensenmaat is participatie een evidentie. Het zorgt ervoor dat mensen zich de publieke ruimte toe-eigenen. Om te slagen, moet participatie aan vier voorwaarden voldoen: kwetsbaarheid, openheid, representativiteit en een duidelijk omlijnd kader.
  • Even monkeys can fall from trees. Zelfs experten kunnen zich vergissen. Er schuilt heel wat waarheid in dit Japanse spreekwoord. Participatie vraagt dat beleidsmakers en architecten zich kwetsbaar opstellen: ze moeten er oprecht van overtuigd zijn dat de mening van ‘de mensen’ een meerwaarde kan zijn voor hun project, dat het de kwaliteit van de plannen kan verbeteren.
  • Participatie vraagt een openheid van geest van iedereen die deelneemt aan het proces. Openheid om te luisteren en respect op te brengen voor de mening van een ander en te beseffen dat het eigen grote gelijk niet haalbaar is. Daarom is het belangrijk om mensen met uiteenlopende meningen samen te brengen.
  • De grootste uitdaging voor elk participatieproject is zorgen voor een zekere representativiteit van de deelnemers. Op inspraakvergaderingen is de hoger opgeleide blanke middenklasse ruim vertegenwoordigd. Participatie is enkel succesvol als je er in slaagt om ook die mensen te horen die niet naar klassieke vergaderingen komen, maar wiens mening over hun leefomgeving even zwaar weegt als die van u en mij.
  • Om de participatie goed te laten verlopen, is een duidelijk afgelijnd kader nodig. Zonder kader leidt participatie enkel tot frustratie. In het geval van de Centrale Lanen heeft het stadsbestuur beslist dat een groot deel autovrij wordt. Dat staat vast. De participatie gaat over de inkleding en het gebruik van de openbare ruimte.
Over de heraanleg van de Centrale Lanen wordt al 20 jaar gediscussieerd. Vandaag zit het dossier in een stroomversnelling. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het project geen vertraging oploopt en de bevolking toch geraadpleegd wordt? Geen participatie organiseren is uitgesloten. Alle opties open laten ook: als we van een wit blad vertrekken duurt het participatietraject makkelijk een jaar of meer.
We kozen ervoor om burgerinspraak organiseren én vooruitgang te boeken zodat zo snel mogelijk de eerste spade in de grond kan. We beginnen niet van een wit blad, maar van een Masterplan waarin SUM projets de technische vereisten uitlegt, en een eerste voorstel van inrichting formuleert. De Centrale Lanen zijn immers aan vele beperkingen onderworpen: zo laat de ondergrond maar op bepaalde plekken het planten van bomen toe. Het masterplan zorgt voor de nodige achtergrondkennis om constructief na te denken over het project.
Het is de eerste keer in de geschiedenis van de Stad Brussel dat een dergelijk participatietraject wordt opgezet. Artgineering, een gespecialiseerd bureau uit Rotterdam, is aangeduid om het in goede banen te leiden. Op de kick-off waren meer dan 250 aanwezigen. Dat is geen werkbaar aantal om tot een diepgaand debat te komen. Daarom kozen we ervoor om 6 werkgroepen te organiseren van elk 10 deelnemers, aangevuld door terreinexperten (zoals een vertegenwoordiger van een daklozenorganisatie). De deelnemers werden gekozen door loting, net zoals bij de G1000 van David Van Reybroeck. Omdat niemands mening belangrijker is dan die van een ander.
Naast de werkgroepen zetten we gedurende twee weken onze tent op langs verschillende locaties op het parcours. Een eerste sessie is al achter de rug, een volgende loopt van 3 tot 10/11. Op de terreinateliers kan iedereen terecht. Alle opmerkingen worden er genoteerd en verwerkt.
In een volgende fase wordt het voorontwerp voorgesteld aan het publiek en wordt uitgelegd hoe de opmerkingen die naar voor zijn gekomen tijdens de participatie, al dan niet geïntegreerd zijn in de plannen. In 2015 starten we met informatie-acties om het voorontwerp zo goed mogelijk toe te lichten en mensen de mogelijkheid te geven te reageren tijdens het openbaar onderzoek. Na toekenning van de bouwvergunning wordt een informatiekiosk op de Centrale Lanen voorzien waar mensen de plannen kunnen raadplegen.
Burgerparticipatie is een cruciale, maar moeilijke oefening. Uiteindelijk moeten er knopen doorgehakt worden. Sommige opmerkingen van bewoners zullen vertaald worden in de plannen, andere niet. Brussel is niet anders dan New York: ook hier zijn er 1,2 miljoen verschillende meningen over wat er met de Centrale Lanen moet gebeuren. We mogen blij zijn dat zoveel Brusselaars zich betrokken voelen. Het toont aan hoe belangrijk het is voor een stad ‘op mensenmaat’ om naar haar bewoners te luisteren. Burgerinspraak zal de volgende jaren nog aan belang toenemen, zowel spontane (zoals picknick the streets) als officiële (opgestart door een overheid). Het woord is aan u.