urban

Brussel heeft geen goede reputatie wat betreft haar moderne architectuur. De schaduw van de jaren ’80, waar politici en projectontwikkelaars deals sloten in achterkamertjes, blijft ons achtervolgen. Om de zoveel maanden verschijnt er een opiniestuk waarin iemand oproept dat Brussel meer ambitie en durf moet tonen op het vlak van architectuur.
In de wijkcontracten wordt er veel gebouwd en heraangelegd: we poten  pakken stadskankers aan, zetten nieuwe gebouwen neer, leggen parken aan, hertekenen pleinen en renoveren Brussels patrimonium. De wijkcontracten zijn de ideale voedingsbodem om nieuwe ideeën uit te testen en pilootprojecten te lanceren. Daarom vind ik het belangrijk om zoveel mogelijk met de Brusselse bouwmeester samen te werken.
Architectuur gaat niet enkel over mooi of lelijk. We kiezen geen architectenbureau uit op basis van mijn persoonlijke smaak, noch die van de bouwmeester. Een ontwerp moet niet majestueus zijn, het moet werken. Het gaat om het totaalplaatje: past het ontwerp in de wijk, slaagt het erin vorm en inhoud te combineren? Een plein moet ontmoeting stimuleren, niet afstoten. Bij woningen ligt de levenskwaliteit van de toekomstige bewoners centraal, bij publieke gebouwen de belevenis van de gebruikers. De bouwmeester helpt ons het onderwerp te kiezen waar het plaatje vorm en inhoud het beste klopt.
Brusselse overheden hebben de neiging om – uit gewoonte – steeds met dezelfde architectenbureaus samen te werken. Dit leidt tot gezapige degelijkheid, maar ook tot een gebrek aan variatie en originaliteit. Nochtans telt de hoofdstad massa’s creatieve jonge bureaus.  Het is belangrijk dat deze bureaus ook de kans krijgen om te reageren op aanbestedingen die in de wijkcontracten gelanceerd worden en dat onze lastenboeken aan transparantie winnen. Dankzij de bouwmeester kunnen we ook op dit vlak een verruiming doorvoeren en een nieuwe wind door de wijkcontracten laten blazen.
Heel concreet werken we met de bouwmeester samen voor het grootste project van wijkcontract Jonction (de heraanleg van een grote zone openbare ruimte rond de Noord-Zuidverbinding en de ruimtes onder de spoorweg), bij de aanleg van de pocketparks en het L28 park in wijkcontract Bockstael, bij de bouw van de nieuwe Nederlandstalige school en hopelijk in de toekomst voor nog veel andere projecten.