Ans11juli

Brussel, 11 juli 2015

Mijnheer de Voorzitter,

Dames en heren in al uw graden en hoedanigheden,

Hartelijk welkom in ons prachtige Brusselse stadhuis. Het is voor mij een ware eer en genoegen u te mogen ontvangen op deze feestdag.

Zoals jullie weten, zijn de Brusselse Centrale Lanen sinds kort afgesloten voor het autoverkeer. Ik hoop dat jullie allemaal te voet of met de fiets naar hier zijn gekomen. Het warme weer leent er zich alvast uitstekend toe.

I.

Morgen! Morgen! Heden niet, zeggen de luilakken (Morgen, morgen, nur nicht heute, sagen alle faulen Leute). Dat is niet onze stijl. De Stad Brussel wil vooruit. En hakt knopen door.

De beslissing om de voetgangerszone in het centrum van onze Stad zo grootschalig uit te breiden wordt ‘historisch’ genoemd. Professor Eric Corijn sprak zelfs over een keerpunt dat even belangrijk is voor Brussel als Expo ’58. Die laatste Wereldtentoonstelling rolde de rode loper uit voor auto’s en liet stadssnelwegen aanleggen. Vandaag gebeurt net het tegenovergestelde: het zijn de automobilisten die zich moeten aanpassen. De levenskwaliteit van de bewoners komt op de eerste plaats.

Een ‘historische’ beslissing dus. Als historica kan ik met enige kennis van zaken zeggen: het etiket historisch dient men niet licht en onbezonnen te gebruiken, anders verliest het zijn kracht. Het heden valt moeilijk te wegen. Enkel de toekomst kan uitwijzen of een gebeurtenis de stroom der dingen heeft gekeerd.

Toch durf ik hier vandaag te stellen: het gaat historisch goed met Brussel.
Een vriend schreef onlangs: hoe fijn is het om rond te lopen op de autovrije Centrale Lanen met je dochtertje aan de hand en te beseffen dat zij dit nooit anders gekend zal hebben. Voor kinderen die vandaag geboren worden in Brussel zal het de normaalste zaak van de wereld zijn om op het De Brouckère- of Beursplein te ravotten.

Met de Vlaamse aanwezigheid in Brussel is het niet anders. Het is een evidentie geworden.

Misschien maakt dat een beslissing wel ‘historisch’: als het ondenkbaar geworden is dat het ooit anders was of anders zal zijn.

II.

“Wat blijft is wat altijd is geweest en altijd zal zijn: verloren tijd die niet moet worden gezocht, omdat het verleden één grote illusie is” (Arnon Grunberg)

Soms is het goed het verleden los te laten. Binnen 20 jaar doet het er niet meer toe of er ooit auto’s hebben rondgereden op de centrale lanen. Die strijd is gestreden. We hebben het achter ons gelaten. Het is acquis, verworven.

Soms heb ik het gevoel dat er naar Brussel wordt gekeken met een blik die al te sterk gekleurd is door het verleden.

Neem nu die discussie over het gebruik van ‘BXL’ in het nieuwe logo van de Stad Brussel. De meeste mensen staan er niet bij stil waar die afkorting vandaan komt. Zeker de jongeren niet. Brussel wordt BXL, Molenbeek wordt Molem. Het is een begrip geworden dat taal overstijgt, het is het Brussel van de straat.

Ik heb niet de indruk dat mijn medestadsbewoners wakker liggen van symbool of vlag. Welke taal men ook spreekt, welke achtergrond, godsdienst of nationaliteit, de meeste Brusselaars willen allemaal net hetzelfde: een aangename stad die functioneert en kansen creëert.

Ik ken mijn geschiedenis. En ik weet dat er veel waarheid schuilt in het adagium dat we “lessen uit het verleden moet trekken”. Maar wie zijn verleden als een loden rugzak met zich meezeult, is niet in staat om een nieuwe relatie te beginnen. Wie de blik halsstarrig op vroeger richt, verstilt en verstart. Laten we vooral niet vergeten naar buiten kijken, gewoon uit het raam, om te zien wat er op straat gebeurt.

De straat lééft. En de Nederlandstaligen zijn mee de trekkers geworden van het nieuwe Brussel.

III.

Onze scholen en crèches zijn populairder dan ooit, een recordaantal Brusselaars zit op Nederlandse les, in de culturele huizen treedt men op voor volle zalen, onze speelpleinen barsten uit hun voegen, de brede schoolwerkingen bloeien en groeien, …

Het is omdat het goed gaat met Brussel en het Nederlands er blaakt van zelfvertrouwen, dat het veel gemakkelijker is geworden om onze blik en onze harten open te stellen.
De Nederlandstalige Brusselaar staat complexloos in zijn stad. Daarom vindt hij of zij het vandaag geen probleem om te switchen tussen talen, om in het Engels een pintje te bestellen op het Luxemburgplein, om af en toe wat Frans te horen in een Nederlandstalig jeugdhuis.

Eigenlijk is het simpel: pas als je je goed voelt in je vel, kan je een nieuwe relatie aangaan.
Toen er sprake was van het opdoeken van FM Brussel, waren niet alleen de Nederlandstalige luisteraars verontwaardigd. De radio staat symbool voor het nieuwe Brussel: open voor andere talen en achtergronden, op en top stedelijk, vinger aan de pols. Een radio die zich niet opsluit in het eigen wereldje maar bewust naar buiten trekt, en het gezicht van een Brussels stadsgevoel is dat mensen verenigt en niet verdeelt. Join the city, is hun leuze.

IV.

Het is niet omdat het goed zou gaan, dat we op onze lauweren moeten rusten. Wie stil staat, valt om. Ik heb hier – zoals elk jaar – over Brussel gestoeft, maar dat wil niet zeggen dat we niets van een ander te leren hebben. Zo zijn we enkele dagen geleden op werkbezoek geweest in Gent om daar de leefstraten te bestuderen.

Die leefstraten zijn een treffend voorbeeld van bewoners die actief op zoek gaan naar de ‘straat van de toekomst’. Op dat vlak verschillen de Gentenaars niet veel van de Brusselaars. Ze experimenteren en dagen het stadsbestuur uit. Zo’n dynamiek voedt een stad, doet haar evolueren. Ook het autovrij maken van de Centrale Lanen is zo gegroeid.

Elke grote stad wordt geconfronteerd met dezelfde uitdagingen en problemen. Brussel kan leren van andere steden, en vice versa. De samenwerking tussen steden versterken en dit netwerk politiek verankeren, niet alleen binnen Vlaanderen en België, maar over heel de wereld, daar ligt volgens mij de toekomst.

De Brusselse pietonnier mag dan wel historisch heten, in het licht van de geschiedenis zal deze stap enkel relevant zijn als dit een begin is en geen einde in anders denken over de stad.

Hetzelfde geldt voor Nederlandstalig Brussel. Gezapigheid en te veel schouderklopjes leiden tot stilstand. Steeds op zoek gaan naar wat beter kan, luisteren naar wat leeft bij de bewoners, inspiratie opdoen in andere steden, ruimte laten voor experiment, … zo blijven we relevant en levendig.

Voorwaarts. Hoger is ons doel.

Brussel Danst neemt vandaag onze stad over, het is bijzonder de moeite en ik wens u dan ook een fijne feestdag in Brussel. Ik dank u voor uw aandacht.
Ans Persoons