Bruxelles s’éveille

Dreigingsniveau 4. Eerlijk gezegd, ik wist tot voor kort niet echt wat dat was. Terreurwolken trokken over Brussel en legden een donkere, doffe waas over de stad. Voor ons, stadsbestuur, was het schipperen tussen bescherming bieden tegen het ondenkbare en de stad -met haar duizend poten en geledingen- verder laten leven. Relaas van een bewogen week.

Zaterdagmorgen, Brussel ontwaakt bij niveau 4. De bewonersvergadering wordt afgelast. Ik ga naar het Stadhuis, om uitleg te geven aan mensen die toch zouden opdagen. Op straat zie ik legervoertuigen en soldaten. Voor de gesloten poort van het Stadhuis praat ik lang na met een mama die in de Vijf Blokken woont. Ze vertelt over haar zoon van 13: ‘Mama, daar, in die school, daar zitten de toekomstige rechters; in mijn school kweken ze enkel toekomstige crimineeltjes’. Ze huilt. ‘Hij heeft geen hoop meer, mevrouw, en hij is nog maar 13’.

We vergaderen de hele tijd. Er is nu elke dag College met de Burgemeester en de andere schepenen. De informatie die we van het OCAD krijgen is verontrustend. Het is risico op een aanslag is reëel,  niveau 4 lijkt gerechtvaardigd. Eigenlijk willen we liever niets sluiten, maar wat als… Wat als. De burgemeester staat als hoofd van de lokale politie in voor de veiligheid van zijn burgers. Catch 22: we willen geen dode stad, maar ook geen doden op straat.

Sluitingsdrang is besmettelijk en verspreidt zich vliegensvlug: als zij toegaan, moet jij volgen. Joelle Milquet lanceert het schoolangstvirus; de stadsscholen kunnen enkel volgen. Het gaat niet meer over het berekenen van risico’s, maar over het beheersen van emoties. Brussel gaat in lockdown; de stad ligt lam.

De verzorgsters in de crèche zijn ongerust. Niet omdat ze schrik hebben van een aanslag, maar omdat ze vrezen dat sommige ouders hun kinderen niet meer bij hen zullen willen achterlaten. In de crèche van mijn dochter, hartje Brussel, hebben de verzorgsters bijna allemaal roots die elders liggen. Hun geloof kon tot voor kort niemand iets schelen.

Op de gemeenteraad houden we een minuut stilte. De Burgemeester licht de maatregelen van de Stad toe bij niveau 4. De gemeenteraadsleden voeren ingetogen oppositie, ze willen geen verdeeldheid wanneer er terreur dreigt. Op weg naar huis, het is donker en nat, zie ik een bibberende jongen met rugzak die omsingeld en gefouilleerd wordt door 8 agenten. Ik stop, maar ze manen me aan om door te fietsen.

Goedele Liekens wandelt over de centrale lanen, tussen de militairen en de kerstversiering, en vergelijkt ze met de Gazastrook, want ‘het is hier zo stil, terwijl er normaal 4 baanvakken zijn’. Een voetgangerszone zonder auto’s, het lijkt de normaalste zaak van de wereld, maar Goedele krijgt er ‘kippenvel van angst’ van.

We worden overspoeld met meningen sinds 13/11, er is geen ontkomen aan. Hoe is het mogelijk dat iedereen zo zeker is van zijn overtuiging, terwijl het in mijn hoofd één grote chaos aan vragen is?

Bijna iedereen blijft binnen. Laat het alsjeblief ook een beetje door de ijzige regen zijn. Waar is mijn stad naar toe?

Mohamed vraagt ons ter hulp. De boksclub praat met ongeruste ouders. Ze is in het nieuws geweest omwille van een bokser die betrokken was bij 13/11. De ouders vragen zich af of de club wel in de sportzaal van hun school thuishoort. We staan er allemaal. Een netwerk van Brusselse vrouwen waar velen enkel van kunnen dromen, thuis in de zaal. Allen in de bres voor BBA. Omdat deze boksclub het verschil maakt in Brussel, door jongeren op sleeptouw te nemen, en ze een parcours en een doel te bieden.

De culturele instellingen willen hun deuren niet openen zonder voldoende politiebescherming. Ook zij vergaderen eindeloos over risico’s en bewaking. Ze hebben gelijk. Een stad zonder cultuur is zielloos, maar niemand wil doden en gewonden in zijn zaal.

De eerste cijfers over hotelannuleringen druipen binnen. Brussel is in de internationale pers afgeschilderd als een gevaarlijke, te mijden stad (met dank aan enkele van onze federale ministers). Ik denk aan de hotelinkomsten die slinken, de gevolgen hiervan voor het budget van de Stad, projecten die zullen moeten sneuvelen (laat het niet die extra middelen voor die school van die 13-jarige jongen zijn…)

Niveau 4 wordt opgeheven. Leve niveau 3! We openen de kerstmarkt. Zonder toeters of bellen. Op zaterdagavond zitten de cafés vol. Er wordt weer geademd en gelachen. De Brusselaars hebben hun stad terug.

Ik kan niet inschatten of de verlenging met een week van niveau 4 gerechtvaardigd was. Ik weet niet meer dan u. Natuurlijk moeten we er alles aan doen om aanslagen te voorkomen. Niemand wil een herhaling van 13/11. Ik hoop oprecht dat gauw zal blijken dat het nodig was, al die manschappen op straat. Een wijze beslissing, genomen op basis van feiten en ratio. Echt waar, ik hoop het. Laat het geen politiek spel zijn geweest, geen geldingsdrang van mannetjes die graag oorlogje spelen. Want de gevolgen voor Brussel waren dramatisch. En dan heb ik het niet eens over de economische gevolgen. Maar over de spanning, het wantrouwen, de angst die gecreëerd werd. Het ‘wij’ tegen ‘zij’. We kunnen dat in de hoofdstad missen als kiespijn. We hebben andere kopzorgen. Er groeien hier namelijk jongeren op die zich vrijwillig opgeven als kanonvlees in Syrië. Het volstaat niet om enkel te discussiëren over de fusie van politiezones en over hoe zij die terugkomen te traceren en te herintegreren (wat absoluut nodig is), we zullen toch ook de oorzaken van radicalisering moeten aanpakken. Jongeren een perspectief op een toekomst bieden, hier, in Brussel, zodat ze niet vatbaar zijn voor de praatjes van ronselaars. Uiteindelijk begint het daar, een veilig Brussel.

← Previous post

Next post →

Leave a Reply