kerstkaart-02.jpg

Er breekt dra een nieuw jaar aan en dat is traditioneel het moment waar we elkaar allemaal fijne, vrolijke dingen toewensen.

2016 begint onder een zorgelijk gestel. De aanslagen van 13/11 in Parijs en de terreurdreiging in Brussel hebben zich in ons gemoed genesteld. Er zit droefenis achter ons vel. Langzaam ebt de bedrukte sfeer weg, maar de weg naar herstel is lang. Er zijn wonden in ons samenleven geslagen. Het mag dan melig klinken, maar de Brusselse bevolking heeft nood aan warmte en hoop. We moeten er terug in geloven dat het kan, dat gemoedelijk samenleven in Brussel.

Om het vertrouwen te herstellen en Brussel op te fleuren, pleit ik voor veel meer smalltalk op straat. Overal militairen, het heeft ongetwijfeld zijn nut, maar een echt veilig gevoel creëren ze niet. Wat we nu nodig hebben in Brussel zijn veel meer gesprekken over ditjes en datjes, over koetjes en kalfjes, en dat tussen mensen die elkaar toevallig ontmoeten, zomaar, bij de bakker of op de tram.

Het lijkt misschien banaal, maar ik word er oprecht vrolijk van als de man achter de kassa niet gewoon emotieloos naar het eten op de band staart, maar een gesprekje begint over de grootte van mijn – inderdaad gigantische- handtas. “Dat is nu eens handig, zo’n tas, waarom mogen mannen dat toch niet dragen?”. Zo blablabla-en wij verder op een koude decemberavond. En met een warmer hart fiets ik naar huis.

We zijn geen robots, we zijn mensen van vlees en bloed. We fleuren op van een vriendelijke blik, een deur die open gehouden wordt, een vreemde man die ‘gaat het?’ vraagt als je struikelt op straat. Niets zo eenzaam als in een miljoenenstad het gevoel te hebben onzichtbaar te zijn. In tijden van donkerte en wantrouwen bestaat er geen beter medicijn dan een gesprekje beginnen met de vreemde man/vrouw die voor u in de rij staat.

Ik wens u in 2016 veel toevallige gesprekjes over niets in het bijzonder toe.

Ans