opinie

Elk jaar treft iedereen die iets met strips te maken heeft elkaar in Angoulême tijdens het festival international de la bande dessinée. Elk jaar barst er in aanloop van het festival een rel los. Vaak gaat het over een futiliteit en is het vooral een manier om meer ruchtbaarheid aan het festival te geven. Ook dit jaar had Angoulême zijn rel. Voor de grand prix werden dertig striptekenaars genomineerd. Het waren alle dertig … mannen. Voor een keer was de festivalrel helemaal gerechtvaardigd.

Waarom is dat zo schandalig? Om het in de woorden van de Canadese president te zeggen: omdat het 2016 is. De stripwereld mag dan lange tijd een overwegend mannelijk bastion geweest zijn, vandaag is er geen gebrek aan uitmuntende vrouwelijke striptekenaars. Ze behoren zeker niet uitsluitend tot de categorie ‘opkomend talent’, er zijn ondertussen heel wat ‘gevestigde waarden’.

Franse vrouwelijke striptekenaars reageerden misnoegd op de zuiver mannelijke selectie. Hun terechte aanklacht werd aanvankelijk afgedaan als feministisch gezeur. De pers sprong pas op het verhaal toen enkele mannelijke genomineerden op sociale media hun verontwaardiging uitspraken en zich zelfs terugtrokken uit de competitie. De storm ging echter snel liggen. Er werden enkele vrouwen toegevoegd aan de lijst, en uiteindelijk won een man – Hermann, een Brusselaar. Sinds het ontstaan van het festival in 1976 ging de grand prix nog maar één keer naar een vrouw.

Brussel heeft een rijke stripgeschiedenis, maar het is belangrijk om ook aansluiting te vinden met de stripwereld van vandaag. Daarom was ik vorige week als schepen bevoegd voor de stripmuren enkele dagen in Angoulême. We gingen kijken hoe het stadsbestuur daar zijn stripmurenparcours vorm geeft, hoe het de animatiesector ondersteunt, hoe het de stad op de kaart zet als ville de l’image, ook los van het festival. We ontmoetten auteurs en kenners en deden inspiratie op voor nieuwe stripmuren.

De festivalrel van Angoulême heeft ons aan het denken gezet. Hoe zit het eigenlijk met de vertegenwoordiging van vrouwelijke auteurs in ons stripparcours? We gingen aan het tellen en het resultaat is tamelijk onthutsend: de Stad Brussel heeft meer dan 50 stripmuren, maar geen enkele tekening draagt de naam van een vrouw. U leest het goed: nul, zero. Dit was nooit een bewuste keuze, maar het is wel veelzeggend dat we blijkbaar automatisch steeds voor mannelijke auteurs hebben gekozen én er nooit bij hebben stilgestaan. Het is een patroon dat optreedt in verschillende sectoren : de gatekeepers (in dit geval: uitgeverijen, jury’s, redacteurs) zijn mannelijk, en zorgen ervoor dat vrouwen minder kansen krijgen, niet per se bewust, maar omdat mannen nu eenmaal makkelijker aan mannen denken. Ook in de kunsten duiken varianten van het old boys network op.

Wat nog opvalt: de stripfiguren van het stripparcours in Brussel zijn ondeugend, dapper, sterk, slim, maar quasi allemaal mannelijk. De enkele vrouwelijke zijn wulps of uitermate braaf. (De stripmuur van het Regenbooghuis in de Lollepotstraat is een welgekomen uitzondering, maar die heeft dan ook specifiek als thema ‘genderdiversiteit’ en hoorde aanvankelijk niet tot het stripparcours).

Het is niet omdat de stripwereld ooit een mannenbastion was, en vele van onze klassieke Belgische striphelden jongens of mannen zijn (dat geldt ook voor de superheroes in Amerikaanse comics), dat we in het verleden moeten blijven steken. Het is tijd voor vernieuwing. De bekendste Belgische stripfiguren – met uitzondering van de Smurfen, maar die muur komt er aan – hebben allemaal een plek gekregen in ons parcours. We moeten nu plaats maken voor een nieuwe generatie striptekenaars, met heel diverse grafische stijlen, niet per definitie gebruik makend van vaste personages, meer aanleunend bij de graphic novel. We willen evolueren van muren die genoemd zijn naar het personage op de tekening, naar muren waarvan men vooral de naam van de auteur onthoudt. We hebben in België auteurs die geroemd worden in binnen- en buitenland. Zij verdienen een muur in Brussel. En dat treft: daar zitten ook verschillende vrouwen bij, denk maar aan Judith Vanistendael, Ilah of Dominique Goblet.

Elk jaar komen er in de Stad Brussel 3 stripmuren bij. Vanaf nu zal ik per jaar minstens één tekening voorstellen van de hand van een vrouw. Dat zal ongetwijfeld enkele negatieve reacties opwekken: ‘de kwaliteit van het stripparcours zal er onder lijden’, ‘er zijn onvoldoende vrouwelijke striptekenaars te vinden’, … De klassieke argumenten, die ook worden bovengehaald als het over quota in raden van bestuur of op verkiezingslijsten gaat. Ik ben overtuigd van het tegendeel. In de politiek en in raden van bestuur bleken quota noodzakelijk om een aantal vastgeroeste mechanismen te doorbreken en kansen te geven aan vrouwen, die in de praktijk geen excuustruzen, maar een absolute meerwaarde blijken te zijn. Ook op het vlak van onze stripmuren is een inhaalbeweging nodig. Er zijn veel blanke mannen die heel goede striptekenaars zijn, maar het kan niet zijn dat alleen zij weerspiegeld worden op onze Brusselse muren. Door het parcours open te trekken naar een nieuwe generatie hedendaagse auteurs, zorgen we voor meer diversiteit en zullen er eindelijk ook vrouwelijke striptekenaars aan bod komen. Dat zal niet alleen leiden tot meer variatie in de tekenstijlen, maar ook in het type vrouw dat wordt afgebeeld. En dus tot een sterker, kwaliteitsvoller Brussels stripparcours.