Ik weet niet of het u ook al opgevallen is, maar de reclame- en marketingwereld lijkt er van overtuigd dat me-time iets is dat vooral vrouwen nodig hebben. Bovendien krijgt die me-time in de collectieve beeldvorming steeds dezelfde invulling: om één of andere bizarre reden komt er altijd een rustgevend bad met veel schuim en geurkaarsen bij kijken.

U mag het misschien een al te persoonlijke ontboezeming vinden, maar ik deel deze intieme info toch graag met u: ik neem niet graag een bad. Het is werkelijk niet praktisch om een boek te lezen (natte vingers! stijve nek!) en van al dat warm water begin je toch terug te zweten. Geef mij maar een frisse douche.

Ik val nochtans volledig binnen de doelgroep die me-time nodig schijnt te hebben: ik ben een vrouw, werk lange dagen en heb een peuter in huis. Toch voel ik me niet aangesproken. Hoe komt dat? De facebookpagina Man Who has it all legt de vinger op de wonde. Daar wordt het seksisme in de (Amerikaanse) samenleving blootgelegd door reclameboodschappen of tijdschrifttitels over te nemen, met één kleine wijziging: het woord ‘woman’ word vervangen door ‘man’. Dat leidt tot volgende hilarische pareltjes:

Nu, genoeg gelachen (werkelijk, één amandel, één!?). De invulling die gegeven wordt aan het concept me-time mag dan wel belachelijk zijn, het legt wel een reëel probleem bloot: vrouwen zijn per week acht uur langer bezig met het huishouden dan mannen en nog eens anderhalf uur langer met kinderzorg. Per week hebben mannen gemiddeld zes uur meer vrije tijd dan vrouwen. Omdat het allemaal niet makkelijk te combineren is, werken vooral vrouwen deeltijds of nemen ze ouderschapsverlof/tijdskrediet, staan ze financieel zwakker en bouwen ze minder pensioenrechten op.

Er zijn al veel meningen verschenen over hoe kinderen en carrière combineren. Het onderwerp ligt zo gevoelig dat er ware Mommy Wars over gevoerd worden (hevige discussies over en tussen voltijds werkende ‘carrière’-moeders en de niet- of halftijds werkende ‘zorgende’ moeders). Ik denk dat iedereen voor zichzelf moet uitmaken hoe hij of zij werk en privé combineert, maar net daar wringt het schoentje: we moeten als samenleving wel die keuze mogelijk maken, en ze niet opdringen, door mensen (mannen en vrouwen, ouders en singles) simpelweg geen alternatief te bieden.

In een kranteninterview zei hoogleraar wijsbegeerte Johan Braekman onlangs “Geluk is: meester zijn van je eigen tijd”. Ik zou het niet beter kunnen formuleren, maar voor veel mensen is het jammer genoeg een onbereikbaar ideaal. We haasten ons door de dag, met als voornaamste doel ‘de zaken onder controle te houden’ en zonder al te veel kleerscheuren de avond te halen.

Zelf heb ik helemaal niet te klagen: mijn dagen zijn vaak vol en lang, maar ik heb de vrijheid mijn dag zelf in te richten, heb een crèche op wandelafstand tussen huis en stadhuis (werkplek) en kan rekenen op een goed lief, een overenthousiaste oma, en een gedegen netwerk van babysitters en buren. Het is een comfortabele situatie, die voor veel mensen niet haalbaar is.

De verzorgsters in de crèche bijvoorbeeld, die kunnen moeilijk een uurtje later op het werk verschijnen omdat hun eigen kind een zware nacht heeft gehad. De stress van de pendelaar die elke dag die file trotseert om op tijd aan de schoolpoort te staan: ik mag er niet denken. Of de Brusselse ouder die geen schoolplek in de buurt heeft gevonden, en tegen alle logica in toch de halve stad moet doorkruisen met kinderen en boekentassen. En de alleenstaande mama van drie die keihard werkt voor haar te laag loon, die kan er nooit even tussenuit, want geld voor een babysitter of restaurantbezoek is er niet.

Dat hoeft niet per definitie allemaal zo moeilijk te zijn. Hoe we omgaan met de 24 uren die een dag heeft, is een kwestie van afspraken, van samenlevingskeuzes. En als de keuzes die we ooit gemaakt hebben over werk-, school-, verplaatsings- en vrije tijd niet meer werken, moeten we die keuzes herzien.

Daarover discussiëren we nu zondag met Jij Maakt Morgen in het Brusselse café Bravvo: hoe kunnen we er als samenleving voor zorgen dat mensen zich niet de hele tijd voorbij hollen? Hoe bieden we alternatieven aan die mensen toestaan een beter evenwicht tussen werk en privé te vinden? Hoe zorgen we ervoor dat me-time niet enkel het voorrecht blijft van mensen met geld? Bedoeling is om enkele concrete voorstellen uit te werken die een antwoord bieden op deze vragen.

Lap, nu doe ik het zelf, spreken over me-time. Maar als me-time niet betekent dat je gedwongen moet relaxen in bad knabbelend op een amandel, maar daarentegen net iets meer ‘meester kan zijn van je eigen tijd’, ja dan, dan mag het wel, die me-time.