In de nasleep van de aanslag op Charlie Hebdo verschenen verschillende cartoons waarin potloden de strijd aangingen met geweren. Ze symboliseerden het recht op vrije meningsuiting, ‘we laten ons niet kennen’, zelfs de dreiging van geweld zal ons niet beletten om ons gedacht te zeggen of te schrijven.

Ze hebben lang rondgezworven in mijn hoofd, die cartoons. Ik vond dat ze vooral heel treffend de kracht van woorden verbeeldden. Het woord als wapen. Vlijmscherp. Ik moest zowaar aan een spreuk uit het Oude Testament denken: “Woorden hebben macht over leven en dood, wie zijn tong koestert, plukt daarvan de vruchten.” Je kan veel met woorden. Iemand de hemel in prijzen, of met de grond gelijk maken. Kwetsen of troosten. Veroordelen of vrijspreken.

Wij -onze samenleving, ons België, ons Brussel- vechten onze conflicten al lang niet meer uit met wapens. We hebben alleen woorden. Met de aanslagen in Zaventem en Maalbeek werden niet alleen mensenlevens vernield, er werden ook diepe krassen gemaakt op de ziel van Brussel. Er installeerde zich onrust in ons hart, onbehagen in ons hoofd, angst in onze buik.

Men heeft gedacht de rusteloosheid te bezweren door zwaar bewapende militairen door onze straten te laten paraderen. Dat was verkeerd gedacht. Wat we nu vooral nodig hebben, zijn helende woorden. I have a dream. Woorden van veerkracht en hoop, allez, en avant, op naar samenlevingsniveau 4. Yes, we can.

Bij gebrek aan publieke figuren die hen troostend toespraken, schreven de Brusselaars hun woorden massaal zelf op de grond. In alle talen van de regenboog.

Als politiek leider wegen je woorden zwaarder. Dat heeft de geschiedenis al meermaals aangetoond. Je hebt de macht en de mogelijkheid om met enkele woorden eendracht en verzoening te creëren, of – net het tegenovergestelde- verdeeldheid te zaaien. De uitspraak ‘Vlaanderen heeft Brussel bevuild met zijn extremisten’ was een burgemeester onwaardig. Bevuilen, bedoezelen: het zijn heel zware woorden. Ze kwetsen en stigmatiseren. Ik heb hard aangedrongen op excuses, en die zijn er deze week gekomen. Ook dat kan met woorden: zich verontschuldigen.

Deze Stad likt haar wonden, komt langzaam weer op adem. We hebben nood aan woorden en daden die het vertrouwen herstellen. Zodat de mensen terug onverschrokken buiten komen, pinten pakken, lachen en zingen. Maar ook: we moeten grondig onderzoeken, structureel hervormen. Zodat het nooit meer kan gebeuren. Dat vraagt rust en tijd. Verhitte politieke steekspelletjes, persoonlijke afrekeningen, heen-en-weer gevit en gekibbel brengt ons geen stap verder. We hebben alleen woorden, laten we ‘onze tong koesteren’.